“Ik heb altijd goed geweten wat ik wil”



De in Edam geboren langebaanschaatser Merel Conijn verschijnt morgen aan de start van de 5.000 meter op de Olympische Spelen in Milaan. In aanloop naar de wedstrijd vertelt ze over haar jeugd, doorbraak en ambities.

Met haar overwinning op de 5.000 meter plaatste Merel Conijn (24) zich eind december voor de Olympische Winterspelen in Milaan. Het duurde even voordat ze besefte dat haar jeugddroom – meedoen aan de Olympische Spelen – echt waarheid zou gaan worden. Maar heel lang kon ze er ook weer niet bij stilstaan. “Eigenlijk moest ik vrij snel daarna door naar trainingskamp op Tenerife en vanuit hier gaan we meteen door naar Inzell voor de laatste World Cup van het seizoen.” Vanaf het Spaanse eiland, vlak voor vertrek naar Duitsland, vertelt Conijn via een ietwat haperende verbinding waar het voor haar allemaal begon: in het Noord-Hollandse Edam.

Haarband

Aan haar voeten zaten toen nog geen langebaan klapschaatsen met maatwerkschoenen, maar gewone schoenen met daaronder ijzers met bandjes. “Ik begon met schaatsen tijdens de basisschooltijd, ik was toen rond de 7 of 8 jaar oud. Ik droeg altijd een veel te grote haarband die regelmatig voor mijn ogen zakte. Dat was wel een komisch gezicht”, aldus Conijn. Ze sloot zich aan bij de lokale IJsvereniging Edam en vertrok vanuit daar 1 keer per week naar de ijsbaan in Alkmaar om daar haar schaatsdiploma’s te halen. “Het voelde elke keer weer als een soort schoolreisje, gezellig samen met mijn vriendinnen schaatsen.”

Na een korte schaatspauze haalt Merel haar schaatsen toch weer uit het vet. “Ik miste het en besloot het toch weer op te pakken. En zo is het balletje eigenlijk gaan rollen.” Ze begon in Purmerend en al gauw werd ze uitgenodigd voor de selectie en stapte ze over naar verschillende schaatsploegen. “Het begint allemaal met de liefde voor de sport. Ik kijk terug op een mooie tijd waar ik ook hele leuke vriendschappen aan heb overgehouden. Ik heb zo veel lol gehad.” 

Foto Vincent Riemersma

In haar laatste jaar bij de junioren nam het geloof bij Conijn toe dat ze echt bij de schaatstop kon horen. “Toen begon het er echt op te lijken. Je kan bij de junioren de beste zijn, maar dat betekent niet dat je dat bij de senioren ook bent.” In 2021 plaatste ze zich op een haar na – het scheelde een honderdste en een tiende seconde op de 3.000 en 5.000 meter – voor de Olympische Winterspelen van 2022 en in datzelfde jaar won ze de allroundtitel op het NK allround.

Blijven verbeteren

Sinds haar doorbraak is Merel niet veel veranderd, zo zegt ze zelf. “Ik was vroeger altijd al fanatiek met spelletjes en alles wat ik deed. Die motivatie haal ik echt uit mijzelf. Natuurlijk leer je door de jaren heen nieuwe dingen, zoals efficiënter rijden. En ik heb veel mensen leren kennen en ben de wereld over gereisd van World Cup naar World Cup. Maar in de kern heb ik altijd goed geweten wat ik wil en daar is niks aan veranderd.”

En dat is meedoen aan de Olympische Winterspelen. Dat zaadje was al op jonge leeftijd geplant. “Samen met een vriendinnetje fantaseerden we om samen naar de Spelen te gaan. Het leek toen hoog gegrepen, maar nu is het mij toch gelukt.” Dat ze er 4 jaar geleden al zo dichtbij was, maakte haar nu niet per se extra gemotiveerd. “Dat ik mij toen bijna had geplaatst was zo’n verrassing. Dat had ik nooit verwacht. Ik streef er sowieso naar mijzelf te blijven verbeteren. Natuurlijk had ik wel de hoop dat ik niet weer op een honderdste zou afvallen.” Toch heeft ze wel de sfeer kunnen proeven tijdens de Spelen van 2022. Conijn mocht als reserve mee en liep ook mee met de openingsceremonie. “Dat was echt heel vet. Dat is ook het mooie van de Spelen: dat al die verschillende landen samenkomen.”

Goede herinneringen

Ondanks haar hoge ambities, geniet de schaatser nog van elk moment op het ijs. “Schaatsen is zo’n mooie sport. Je werkt aan je techniek en dat vertaalt zich naar je snelheid op het ijs. Tuurlijk speelt ook uithoudingsvermogen en kracht mee, maar als je techniek niet werkt, kom je niet verder. En als het dan allemaal lukt, dan geeft dat zo’n kick.” Hoewel ze de meeste tijd op binnenbanen doorbrengt, blijft schaatsen op natuurijs voor haar het mooiste wat er is. “Lekker naar buiten, rondjes schaatsen over de grachten van het oude centrum van Edam of langere tochten met mijn vader door de polders. Ja, daar heb ik hele goede herinneringen aan.” 

Foto Vincent Riemersma

Sportbeleid

2026 is een belangrijk sportjaar met onder andere de Olympische en Paralympische Winterspelen, de Special Olympics, het WK voetbal en het WK hockey. Via het nieuwe sportbeleid investeert de provincie steeds meer in sport, zodat iedereen kan ontdekken hoe leuk en waardevol sport is. Noord-Holland sponsort meerdere evenementen, werkt samen met het Yvonne van Gennip Talentfonds via het crowdfundingplatform Talentboek en ondersteunt gemeenten bij hun sportbeleid.



Ga naar de bron van dit artikel Noord-Holland.nl